Thailand … 6 Juli 2002

Dag 1 - Tan Lod NP en tijgers op de veranda(?)

We moeten een tijd wachten op andere belangstellenden voor een 3-daagse tocht door de omgeving. Na drie dagen, zijn Cathy en Olivia uit Dublin bereid 3850 baht pp te betalen. De organisatie is AS Mixed Travel uit Kan-buri, die de afgelopen tijd er alles aan heeft gedaan reizigers te vinden voor ons, maar het is hier laag-seizoen. Dat heeft voor- en nadelen.

Voor we met gids Noi en driver Od op pag gaan, laten we onze rugzakken achter bij Apple's Guesthouse. Alle benodigdheden hebben we in 2 daypacks. De bergschoenen bungelen eronder.

Het eerste doel is Than Lod National Park (officiële naam: Chaloem Ratanakosin NP), een klein onbekend NP ten noorden van Kan-buri. Onderweg stoppen we ergens langs de weg voor een Thaise snack: zoete rijst, gekookt in bamboe. We zijn wat onwillend, maar Noi houdt vol: het is erg lekker.

Als we door een klein plaatsje rijden (Ban Phloi), zien we op een heuvel een groot Buddha beeld staan. Od stopt direct de auto en keert om, als we eigenlijk willen kijken. Het schema is erg flexibel. Gelukkig maar.

Buddha beeld in Ban Phloi.

Bovenop de heuvel staat een pikzwart buddha beeld, aangekleed met oranje sjerpen. Naast het beeld staat een kleine wat (= tempel). Noi laat ons zien hoe je moet bidden en gaat voor in een procedure die ik alleen kan omschrijven als "Shake The Numbered Mikado Sticks".

Voor het geval dit niet duidelijk genoeg is: in een koker zitten 20-30 chop-sticks met nummers. Door de koker te schudden, bewegen deze Mikado-stokjes. Je moet schudden tot de eerste eruit valt. Het nummer op de stick is voor jou van belang, want aan de wand hangt voor elk nummer een gekleurd papiertje, met daarop een voorspelling.

Angelique heeft een mindere voorspelling en moet een offer maken: 9 baht. Ik heb een goede voorspelling: ik heb de winnende postcode van de postcode loterij voor de komende maand! Nu even snel een woning vinden in de Dorpstraat in Lemmer.

Noi laat ons veel zien. Later kopen we in een gehucht van drie huizen een lunch. Tijdens het bereiden, leidt hij ons rond in de kruidentuin van de keuken: chilli-struiken, banana-trees, etc... Ananas groeit op de grond, wist je dat?

In Than Lod NP is het compleet verlaten. We doen onze bergschoenen aan, gooien alle dingen die we nodig hebben in 1 daypack en zijn er klaar voor: we gaan een uurtje of 5 lopen.

Uitgang van de eerste grot in Than Lod NP.

Via een mooie ruime grot met vleermuizen komen we midden in het regenwoud weer bovengronds. Echt prachtig. Het pad loopt langs drie watervallen: Tri Trueng. Bij de eerste eten we de lunch: rijst in een zakje met chili, chicken en basil leaves. Erg lekker, maar superheet. Het water is gelukkig ijskoud en verfrissend.

Na de lunch begint het pas echt. Het pad naar waterval 2 en 3 is steil en loopt op veel plaatsen via houten ladders. We moeten hard werken en het is bloedheet, maar schitterend.

Aan het einde van het pad lopen we tegen een grote steile bergwand aan. Deze wand omringt ons bijna helemaal, de enige uitweg lijkt de weg terug. Echter, in de bergwand zitten 2 grote gaten, boven elkaar. Het lijkt op de natuurlijke bruggen die zo bekend zijn uit Amerikaanse National Parken. Deze is echter nog veel mooier: het is een dubbele!

Onder de overspanning komen we in een klein paradijs, met een stroompje, oude bomen met enorme wortels die rondslingeren en een Buddha beeld. Overal waar je kijkt, staan kleine stapeltjes stenen. De eerste keer dat iemand hier komt, moet deze persoon een eigen stapeltje maken, als herinnering. We bouwen onze eigen herinnering en moeten helaas doorlopen. De omgeving is hier echt adembenemend.

We lopen door het onderste gat in de bergwand naar het andere dal. Even later komen we bij een paar gebouwen, waar alleen vier monniken en een non rondlopen. Na een korte pauze en een korte regenbui, neemt Noi ons weer mee.

We klimmen terug langs de bergwand waardoor we net kwamen. Als we boven zijn, kunnen we door het 'tweede gat' naar beneden kijken en zien het buddha beeld, omringd door stenen stapeltjes.

Na deze (fysieke) uitdagingen moeten we nog een paar uur lopen door het regenwoud naar een Karen dorp. Gelukkig komt Od ons halverwege met de jeep ophalen, want we zijn allemaal kapot.

Het Karen dorp is een echt dorp met 70 families, 700 mensen. We verwachten toeristen en winkeltjes, want elke meerdaagse tour in deze omgeving overnacht in een Karen dorp. Cynisch verwachtten we een 'authentieke' dansvoorstelling van Karen-kinderen, zoals de meeste folders beloven. Onze folder beloofde dat niet, maar die zou wel niet correct zijn. Toch?

Welnu, de AS Mixed Travel folder is correct: we zitten in een echt dorp. We krijgen geen toeristen te zien, geen Karen klederdracht of dans... We worden als enige gasten rondgeleid door het dorp en zien het zoals het is: een kleine gemeenschap, met als dorpscentrum een voetbalveld, een Karen museum van 2 bij 4 meter, veel spelende kinderen en "armoe". "Armoe" in onze ogen. Voor Thaise (en Aziatische) begrippen hebben deze mensen het goed, met genoeg eten, onderdak en onderwijs. Voor ons blijft het schokkend.

Het eten is echt heerlijk. Voor het eerst zijn we onder de indruk van het Thaise eten. Waarschijnlijk, omdat we voor het eerst echt Thais eten.

Minder onder de indruk zijn we van de faciliteiten. Geheel volgens verwachting is de hut 2,5 bij 2,5 meter en geheel van bamboe. Er zitten enorme gaten in de vloer. Het bed bestaat uit een paar rieten matten, een deken en een muskietennet.

'S nachts is het werkelijk pikkedonker en de dieren lopen door de hut. We horen de hele tijd iets ritselen en tikken bij onze voeten. Gelukkig is het pikkedonker!

Midden in de nacht moeten we allebei naar het toilet, 30m verderop en overdag al vol met insecten groter dan je handpalm. We staan niet te trappelen. Maar je weet hoe dat gaat en er is geen ontkomen aan. Ondanks dat we voor het slapen, beiden extra lang naar het toilet zijn gegaan.

De olielamp staat 5 meter van de deur op de veranda. Het is echt donker en na een milliseconde denken, weiger ik de veranda op te gaan, zonder dat ik zie wat er allemaal rondkruipt en -sluipt. Angelique denkt er niet eens over na! Er zitten hier King Cobra's, tijgers (niet dichtbij, maar toch!) en ander eng gezelschap.

Na veel gekloot en gevloek in het donker, waarbij lucifers, de harde wind buiten en een oude aansteker een grote rol spelen, hol ik in een windstil moment met een gloeiend hete aansteker van de vele pogingen de veranda op. Anderhalve seconde later gooi ik de bamboe deur weer achter mij dicht, een olielamp rijker. Gelukkig ben ik geen "tijger-knaagt-in-de-hoek-van-de-veranda-op-halve-gnoe-en-ziet-aanstormende-Jeroen-als-bedreiging" ervaring rijker.

Met een werkende olielamp besluiten we toch maar niet naar het toilet te gaan. We piesen allebei op de veranda. In onze hut zitten 2 nieuwe gaten in de vloer. Nummer 1, omdat ik door de verrote bamboe-vloer heenzak met mijn knie. Twee: iets dat ritselt en tikt heeft bij onze voeten een stuk uit de vloer gegeten.


Dag 2 - Erawan NP en snackende olifanten

Dag 2 begint met een zeer korte sessie: "maak je gezicht en je oren nat en gebruik veel deo, want het water is ijskoud en vol met (dode) beestjes en ander onduidelijk organisch afval". Daarna ontbijt.

We moeten een eind rijden naar het zuiden, door een mooi gebied langs het enorme stuwmeer Kheuan Si Nakharin. We nemen een blauwe ferry, bestaande uit een grote metalen ovenschaal, met aan elke kant een banaan-vorm voor drijfvermogen. De kapitein van deze bananenboot leent even de motor van iemand die ook de ferry wil gebruiken en is 10 minuten weg. Als hij terugkomt, kunnen we gaan.

Erawan NP is het drukste park van Thailand. En met reden: de watervallen zijn schitterend. De meeste toeristen zijn hier in de ochtend, blijven 2 uur en gaan daarna naar andere attracties in de buurt. Wij komen rond het middaguur aan en het is lekker rustig.

Zoals gezegd, de watervallen zijn erg mooi en verdeeld over 7 niveau's. We zien maar de eerste vier treden, maar die zijn al erg goed. Bij niveau 3 zwemmen we en bij niveau vier laat Noi ons de natuurlijke glijbaan zien. Dat is echt een voordeel van een goede gids, zonder Noi waren we nooit op een waterval geklommen en naar beneden gesprongen en gegleden. Als we teruglopen, begint het enorm te regenen.

Erawan NP - 3e niveau.

We zijn helemaal doorweekt als we bij de jeep aankomen en moeten opschieten voor het volgende onderdeel.

Het olifantrijden is stom. De olifanten zijn leuk, maar ongelofelijk oncomfortabel. Wel leuk is dat de olifant van Olivia en Cathy opeens honger krijgt. Hij (of zij) staat 5 minuten aan een grote boom te rukken, ondanks de verwoede pogingen van de olifanten-hoeder (heet de persoon die op de nek van een olifant zit een hoeder?). Als we voor de zoveelste keer achterom kijken om te zien waar ze blijven, zien we eerst een enorme boomstronk, daarachter een trotse olifant, er bovenop een verhitte hoeder en twee giechelende Ierse dames. "He stopped for some take-out!".

Het bamboeraften is niets bijzonders, maar beter dan het olifantrijden (hetgeen geen uitzonderlijke prestatie is). We zien wel mooie natuur. Na deze verplichte nummers, is het een heel eind rijden richting de Birmese grens. We zullen overnachten bij Thong Pha Phum aan het Khao Laem stuwmeer. De dames zijn alledrie bijna onderkoeld als we in het donker aankomen. Het regent natuurlijk weer.

De boot waarop we slapen is perfect, vergeleken met de Karen hut van gisteren. We hebben een (shared) badkamer, stromend (koud) water, matrassen, licht en een spiegel. Wat een luxe.

Ook hier is het eten erg goed. We borrelen nog even na, Olivia leert ons een Ierse dans en Noi leert ons lucifer-trucs.


Dag 3 - Fietsen, watervallen en grotten

Vandaag de zwaartse etappe van de trip: fietsen. Het is bloedje benauwd, als we laat opstaan, het uitzicht over het stuwmeer bewonderen en de mountainbikes uitladen. Het is voor iedereen aankloten met de versnellingen en Noi en Od moeten wat aanpassingen verrichten. Het fietsen is echt zwaar in dit weer en dit landschap: berg op, berg af. Het is wel erg mooi.

Het landschap rond Kan-buri bestaat uit bergen, maar het zijn allemaal eierdop-achtige bergjes, erg steil, erg bebost, maar niet hoog. Als we weken later met de trein naar het noorden reizen, zullen we zien dat eigenlijk het hele midden-deel van Thailand zo plat is als Friesland, met elke een paar kilometer zo'n bergje.

Na een uurtje stoppen Angelique en ik ermee. Het is vele relaxter om in de auto te zitten, koud water te sippen en stapvoets achter de anderen aan te rijden. We vermaken ons wel... Onze complimenten aan de dames voor hun 'stamina'.

De Hin Dat Hot Springs stellen weinig voor. We lunchen wel erg goed. Ipv een duik nemen in deze (hete) bron, gaan we liever naar de nabij gelegen PhaThat waterval (nam Tok Pha That). deze zijn net open voor toeristen en bereikbaar via een serie onbetrouwbare bruggen (waarover later meer - wat een cliffhanger, he?).

De watervallen zijn schitterend. Ongeveer 50 tot 60 meter hoog. Niet een grote waterval, maar een heleboel kleinere verdeeld over een breedte van 30 to 40 meter. Tussen de watervallen staan allemaal bomen, de worstels duidelijk zichtbaar en kronkelend tussen water en steen. Het heeft een hoog sprookjesgehalte. We relaxen een uurtje.

Het is apart om te zien dat hele gezinnen de watervallen beklimmen. Zowel van boven naar beneden als andersom klimmen Thai over de rotsen en door het water. Elk moment kan er iemand een doodsmak maken vanaf 30m, maar iedereen (opa, oma en kleinkinderen) klautert vrolijk door. Als hier opgeschoten Westerse toeristen zouden zijn en 'overmoedig' een soortgelijke poging wagen, gaan er doden vallen.

Maar Thai lijken het gewend. Bij elke waterval die we tot nu toe hebben gezien, klimmen er wel mensen naar beneden of naar boven, op blote voeten. Bij de eerste waterval van Tri Trueng (gisteren) sprongen er 2 tieners van zeker 6 meter in een poeltje waar het water tot mijn knieen stond. Dolle pret, natuurlijk. Terwijl wij wachtten op het eerste brekende bot.

Als Angelique en ik van PhaThat teruglopen, zakken we door een houten brug en vallen een metertje naar beneden. Wij staren met een mix van lach en schrik naar de resten van de brug, terwijl een Thaise meneer werkelijk onverstoord er overheen loopt, alsof er niets is gebeurd!

De Daowadung grot in het Sai Yok NP is volgens de Lonely Planet een van de mooiste grotten van Thailand. We zijn allemaal doodmoe aan het einde van de trip. Het regent extra goed, hetgeen de muggen niet tegenhoudt: we worden helemaal lekgeprikt!

Door de regen is het spekglad in de grot (ja, ook binnen regent het, waar boomworstels de dak van de grot doorbreken). Er zijn veel kamers en veel vleermuizen. Het ziet er allemaal mooi uit, maar we zijn moe en knorrig. We gaan snel op huis aan.

Het was een prachtige trip. Noi en Od waren erg kundig en flexibel (AS Mixed Travel: dank!). In Kan-buri checken we weer in bij VL Guesthouse en genieten van het eerste warme water in drie dagen!

Alle verhalen van Thailand…

Alle landen…

Recent toegevoegde verhalen op deze site…