Spanje … 22 Mei 2003

In het diepe zuiden van Spanje liggen de hoge bergen van de Sierra Nevada. Dit is één van de weinige plekken in Spanje waar je op de lange latten kan staan in de winter. Zelfs nu, in mei, zien we de toppen vol sneeuw liggen. We rijden met de bus van Granada naar de zuidkant van dit gebergte, de Alpujarres valleien. Deze (minder bekende) kant is mooier en rustiger, zeggen alle reisgidsen en brochures. We gaan het zélf zien.

De weg naar Pampaneira is op het laatst zo bochtig, dat we allebei licht misselijk worden en direct aan Laos denken. "Oh nee, Niet weer!". Voordat het écht dreigend wordt, worden we gelukkig gedropt in het kleine bergdorp.

De omgeving is prachtig. Dieper in de vallei en hoger dan Pampaneira liggen nog twee dorpjes tegen de bergwand aan: Bubión en Capilleira. In die richting gaan we morgen wandelen. Eerst bekijken we Pampaneira.

We lopen wat rond door de nauwe straatjes en over steile trapjes. Overal klatert water door de straten, in fonteinen en door kleine kanalen. Het komt direct van de bergen en lijkt heerlijk helder. Toch zijn we niet happig om de flessen met dit water te vullen. We zijn wél in Europa en verderop ligt wél een energiecentrale. Een bewoner reageert verbaasd als we vragen waar we bronwater kunnen kopen. "Water drink je hier direct uit de bergbeek" is het advies. De bewoners zien er gezond uit, dus we wagen het erop.

Het informatiecentrum in Pampaneira is zeer goed verzorgd. Het is een klein dorp, maar vooral in de zomer zeer populair als uitvalsbasis voor beklimmingen in de Sierra Nevada. Dat is te zien aan alle beschikbare informatie en 'displays'. Ze spreken zélfs goed Engels. Dat zijn we in Spanje niet echt gewend. We kiezen voor morgen een leuke route uit.

De kleine straatjes van Pampaneira.

De volgende morgen steken we vanaf Pampaneira de Rio Porqueira over. Deze rivier loopt dwars door de vallei en is redelijk woest. Het water dendert snel onder ons door, als we een kleine brug oversteken. Vanaf de brug is het voor ons fors stijgen. Het is extreem warm.

Het uitzicht wordt steeds mooier. Pampaneira ligt nu aan de overkant van de vallei, een beetje onder ons. De witte dorpjes Bubión en Capilleira zien we nu ook beter liggen. Je moet even de "power cables" van de energiecentrale wegdenken, maar dan heb je ook wel een schitterende vallei! We kunnen ons het enthousiasme van de reisgidsen en brochures voorstellen.

We stappen nog een uurtje door en lunchen in een weide, terwijl we uitkijken over de Porqueira Vallei. We zijn omringd door bloeiende bloempjes en alles heeft een groot 'Sound Of Music' gehalte.

Lunchen in de bergen

Een hoog "Sound Of Music" gehalte in de Porqueira Vallei.

Een brug en een padje naar Bubión geven ons de mogelijkheid tot afsnijden. We zijn al 2 uur onderweg en pas op een kwart van de afstand. Volgens de beschrijving zou de route via Capilleira maximaal 4 uur duren, in totaal. We zijn niet de snelste op de berg, dat geven we toe. Maar deze inschatting lijkt ons erg optimistisch.

We lopen langs Cortijo de Enrique, een kleine boerderij. Als we langs dit krot lopen, worden we begroet door een roedel honden, allemaal een kruising tussen een pekinees en een vlinderhondje. Zo'n nuffig keffertje verwacht je niet op zo'n boerderij. Eerder een paar grote vuilnisbakken-rassen.

Terwijl we ons laten besnuffelen door de keffertjes, schuifelt uit het krot een klein mannetje, die zich voorstelt als Enrique. Hij biedt ons direct wijn aan en een stoel, formaat kinderkamer.

Hij brabbelt lustig in het Spaans, niet bewust van het feit dat we op alles 'no comprendo' zeggen en schaapachtig lachen. Dat mag de pret niet drukken. Het uitzicht op Pampaneira en Bubión is prachtig. We kijken dus wat naar buiten en spelen met de pekinezen.

Na 15 minuten heeft Enrique genoeg gepraat, loopt naar binnen en komt terug met een accordeon. Hij gaat direct druk stemmen. Althans, dat denken we. Een sigaretten-stompje zit al een kwartier in zijn mond. Het lijkt alsof het er al jaren zit, onaangestoken. Misschien kauwt hij er alleen op. Dat lijkt ons wel stug, want tanden heeft Enrique bijna niet. Volgens Angelique heeft hij meer pekinezen dan tanden.

Hij lijkt klaar met stemmen en kijkt nu treurig uit het raam. We wachten op een mooie, melancholieke Spaanse ballade, vol passie en ontroering. Bij voorbaat genieten wij van het authentieke stukje muziek dat gaat komen. Hier gaan we nog veel mensen over vertellen: "…en dat boertje kon spelen! Echt niet te geloven, wat een talent! Mooiste wat ik ooit heb gehoord!" We genieten nu al in het geniep van de jaloezie van andere reizigers wanneer ze dit horen: "Echt waar? We wouden dat we erbij waren"... Waarop we superieur zullen glimlachen… "Ach, je moet soms geluk hebben met reizen".

Het nummer begint en we gaan rechtop zitten, klaar voor een ultieme muzikale beleving en met het besef dat dit een unieke anekdote wordt.

Echter, de mooie, melancholieke Spaanse ballade over vervlogen dagen en donkerharige schone dames klinkt minder dan we verwachten... veel minder. Het klinkt eigenlijk net als het stemmen: ontzettend vals dus!

We dwingen onze gezichten in een grimas die bewondering en aanmoediging moet uitstralen, maar het lukt nauwelijks. Het is ook overbodig, want Enrique kijkt de hele tijd uit het raam, richting de vallei. Zijn gezicht staat wél melancholiek, dat wel.

Enrique

Het gekreun houdt opeens midden in een refrein op. Tenminste, dat denken we. Het kan ook het derde couplet zijn geweest. Onze oren suizen wat na en we persen er een applausje uit. "Olé!", roepen we halfslachig.

Dit waardeert Enrique en hij gaat (jammer genoeg) direct door met een tweede ballade.

Na 5 minuten houdt het geklaag en gesteun van de accordeon weer opeens op en we klappen plichtmatig. Het "Olé!" laten we achterweg. Die fout maken we maar één keer!

Enrique begrijpt de hint, staat op, biedt ons weer wijn aan en loopt naar binnen. Hij lijkt het erg gezellig te vinden, ons bezoek. Wij vinden het ook gezellig, maar onze oren weigeren nog langer te blijven. Eén minuut lang overleggen we fluisterend (alsof hij iets snapt in het Nederlands!) hoe we het beste kunnen wegkomen.

Als we over de beste methode hebben besloten, schuifelt Enrique weer in beeld, jammer genoeg nu gewapend met een aftandse gitaar. Hij brabbelt wat in het Spaans en wij knikken beleefd, maar wantrouwend. "Oh nee, niet weer", denken we unaniem.

Hij ploft op zijn plek en mishandelt de gitaar op zéér grove wijze. Het resultaat van het mishandelen kunnen we toch écht niet een 'liedje' noemen. Zélfs niet met alle liefde van de wereld. Het zit ergens tussen ultramoderne jazz en duizend Nokia's die allemaal tegelijkertijd afgaan, met elk een verschillende ringtone. Zo vals en lelijk hoor je het zelden!

Bij de eerste de beste pauze in de kakofonie ruiken we onze kans en staan we abrupt op, breed glimlachend en veel 'gracias' rondstrooiend. Jeroen drukt hem 2 euro in zijn zwarte handen en hij kijkt wat vragend. Jeroen zegt drie keer nadrukkelijk "Pampaneira, vino!" en wijst op hem. Na de 3e keer grijnst hij begrijpend en schudt ons de hand. Het afscheid duurt lang, we krijgen veel aanwijzingen mee voor de route naar Bubion en we blijven 'gracias' zeggen.

Enrique zwaait ons lang uit en lacht waarschijnlijk in zijn vuistje: "Weer een paar euro verdient. Die domme toeristen trappen er ook altijd in!".

We volgen, lachend om die fantastische Enrique en zijn "muziek", een modderpad naar de rivier onder ons. Via een brug, Puente del Molino, steken we weer de ruige Rio Porqueira over. We klimmen een tijdlang fors omhoog, nu in de hete middagzon. Het dorpje Bubion ziet er schattig uit. Het kerkplein is mooi opgeknapt en alles ziet eruit alsof het hier zomers erg druk is. We blijven niet rondhangen, maar lopen rustig richting Pampaneira, langs kleine bergbeekjes.

Het was een lekkere wandeling, iets langer dan verwacht, maar zeer de moeite waard. 's Avonds drinken we een wijntje op Enrique's gezondheid. En op de gezondheid van iedereen die zijn muziek nog moet gaan horen!

Salud, Enrique! Het ga je goed.

Alle verhalen van Spanje…

Alle landen…

Recent toegevoegde verhalen op deze site…